Oudenaarde
is eveneens een gevangenisstad. Ook de
gevangenis werd
gebouwd op de gronden van het na de Franse Revolutie
afgeschafte klooster van Sion. De eerste gevangenis werd
in de eerste helft van de 19de eeuw opgetrokken. De voormalige
kapel van Sion werd geïntegreerd in de het 19de
eeuwse gevangeniscomplex en tenslotte in 1918 vernietigd.
Het is een typerend Y-vormig complex binnen een rechthoekige
dubbele ommuring met rondgang, nieuw gebouwd ten oosten
van bestaande gevangenis in eclectische stijl van 1904-08.
Na WOI werden het inkomgebouw, de portiersloge, de beheersgang
en de dienstgebouwen opnieuw opgebouwd in dezelfde stijl
(1922).
De brug over de Schelde lag eeuwenlang ter hoogte van Huis de Lalaing. De brug over de Schelde was oorspronkelijk van hout, later van steen. In 1275 was er sprake van de “Steenbrug” en nog later de zgn. “
Hoge Brug” of “Hooge Steenbrugge” of “Lange Brug”.
De benaming komt van het feit dat de brug met haar 3 bogen tamelijk hoog boven de warterspiegel uitkwam, zodat de schepen met opgerolde zeilen er konden onderdoor varen.
De Hoge brug werd afgebroken in 1819 en vervangen door een houten draaibrug.
In 1856 werd er een ijzeren draaibrug geplaats die dienst deed tot 1904 (gemaakt door de ijzergieterij “Phoenix” in Gent). In 1905 was de nieuwe brug klaar.
Meer over de bouw van deze brug via krantenartikels …
Over deze brug passeerde de tramlijn van Oudenaarde naar Geraardsbergen.
In 1918 werd de nieuwe brug opgeblazen en vervangen door een ophaalbrug.
Na de verlegging van de sluizen naar de Eindries kwam in
1939 een electrische ophaalbrug tot stand.
De huidige hefbrug dateert van 1980-82 en werd geplaatst tussen Tussenbruggen en de Bergstraat.
In de omgeving van de brug alsook van de sluis op de Louise-Mariekaai waren er vroeger nogal wat cafés die de dorstige schippers dienden te laven.
Tenslotte is er het
Huis de Lalaing. Deze patriciërswoning werd gebouwd op de plaats van het vroegere pandjeshuis of Lombardenhuis van Pamele. In 1519 werd het vermeld als het Hof van Schorisse, woning van de stadsgouverneur de Lalaing, heer van Schorisse.
Eind 17de eeuw werd het eigendom van de familie de Kerckhove, heren van Etikhove en Ladeuze.
Het gebouw heeft vijf bouwfasen gekend. De oudste kern dateert van de jaren 1600. De straatgevel kreeg haar huidig uitzicht in de 18de eeuw. De vensters werden vergroot, het raamwerk werd gemoderniseerd, de bovenmuren kregen een grote driehoekige bekroning en de gevel werd met pleisterwerk bekleed. Het interieur werd eveneens in de 18de eeuw veranderd met versieringen in stuccowerk met rococomotieven.
In 1919 werd het gebouw eigendom van chirurg De Meulemeester van
de kliniek aan de overzijde van de Schelde.