Vanaf 1887 kreeg een tramlijn vorm die vanaf Deinze over Petegem, Kruishoutem, Wannegem-Lede, Ooike, Bevere naar Oudenaarde liep. Op 7 oktober 1888 had de officiële inhuldiging plaats van de stoomtram in aanwezigheid van twee ministers. Gans Oudenaarde werd voor deze gelegenheid bevlagd.
Het traject volgde gewoon de provinciale baan. De lijn van Deinze kwam Oudenaarde via de Beverestraat binnen, waar - juist vóór de spoorweg - een halte was met een ontdubbeling van de sporen. Volgende halte was op het Tacambaroplein. Hier was er een aftakking richting station en de stelplaats. Vervolgens liep de lijn over de Hoogstraat en de westzijde van de Markt, via de Burg en de Achterburg richting kaai bij de Scheldesluis. Hier bevond zich een laadspoor waar het overladen van goederen van de aangemeerde schepen gebeurde. Er werden dus zowel mensen als goederen vervoerd.
In 1905 kwam na jarenlange onderhandelingen een tramlijn naar Geraardsbergen tot stand. In het begin liep de lijn maar tot Leupegem omdat de werken van de lijn, uit te voeren door de stad Oudenaarde, nog niet voltrokken waren. Eenmaal dit was gebeurd, kwam de lijn vanuit Diependale, de Doornikstraat, de Baarstraat, de Louise-Mariekaai, via een grote bocht over de Hoge Brug, vervolgens via Tussenbruggen, de Krekelput, het Jezuïetenplein, de Woeker, de Wijngaardstraat op het Tacambaroplein aan, waar de andere lijn werd vervoegd met aansluiting naar Deinze of het station te Bevere en de stelplaats in de Broekstraat. De officiële inhuldiging had plaats op 16 april 1905. Dagelijks werden zes reizen heen en terug voorzien.
In 1940 bleken de lijnen niet meer rendabel. In 1945 besloot men ze niet meer te renoveren maar ze te vervangen door autobussen. Vanaf 1948 begon men met het opbreken van de sporen. |