|
|
| |
Overal
te lande kwamen in de 19de eeuw textielfabriekjes tot
stand. In Oudenaarde speelde de familie Gevaert in de
2de helft van 19de eeuw hierin een belangrijke rol.
Doorheen de vennootschapsovereenkomsten en de familiebanden
ontstonden verschillende afzonderlijke Gevaertfabrieken.
De stamvader van de familie is ook de meest gekende wegens zijn realisaties: Omer Gevaert (1850-1908) uit Bevere, wiens fabrieksactiviteiten omstreeks 1870 in de Meerspoort begonnen en die later de medewerking kreeg van zijn broer Prosper (1848-1901). In 1880 kochten zij een groot terrein aan in de “Quartier Léopold”, ten westen van het recent aangelegd Tacambaroplein, op moerassige gronden die vrijgekomen waren na de sloping van de stadsmuren en het dempen van de omwallingen.
In 1888 kwam daar de nieuwe fabriek klaar. Omer Gevaert zelf ging zich in 1890 bij zijn bedrijf vestigen. Onder zijn impuls werd in de nabijheid een wijk opgericht om zijn arbeiders te huisvesten. Deze kwam tot stand ten oosten van het Tacambaroplein, eveneens op voormalige militaire gronden. Hiertoe werd in 1894 een deel van de vesting/stadsgracht, die van onder het Tacambaroplein kwam richting park, overwelfd.
Het voorstel om deze wijk op te richten werd eind 1893 aan de stad – die voor de aanleg van de straten moest zorgen – voorgelegd.
De gebouwen werden ontworpen door architect Alfons Vossaert en opgericht door aannemer Camiel De Bleeckere met de hulp van de arbeiders van de aannemers Batteauw en Colpaert.
Naar verluid zouden ook arbeiders van de fabriek zelf geholpen hebben aan hun huizen. Zoals toen nog zeer gebruikelijk was, richtte men ter plaatse een baksteenoven op die, naar het resultaat te oordelen, met steenkool gevoed werd (donkere baksteenkleur). Deze oven stond misschien op de plaats van de vroegere garage Vandenbossche. De plek bleef lange tijd braak omdat hier (naar men zegt) een spinnerij gepland was als uitbreiding van de fabriek op het Tacambaroplein. Deze plannen kwamen nooit tot uitvoering. |
|
|
|
De werken kenden 2 grote fasen.
De eerste betrof de Fabriekstraat, de Hofstraat en het grootste gedeelte van de Gevaertsdreef. Dit gedeelte werd als nedergebuurte omschreven.
De tweede fase omvatte de monding van de Jacob Lacopsstraat (toen Nieuwstraat genoemd) en de Devosstraat en dat deel van de Gevaertsdreef tussen dit kruispunt met beide straten tot het Tacambaroplein. Deze zone was het oppergebuurte. Hiervoor werd het deel van de stadsgracht dat hier liep (komende van langs het hospitaal onder het Tacambaroplein door) tot achter De Werkmanslust overwelfd.
Ook in de types woningen vindt men dit onderscheid goed terug: |
 |
|
|
deze naar het Tacambaroplein toe hebben een imposanter voorkomen dan de andere. Naar men zegt, bouwde men eerst de hoekhuizen en pas daarna de gewone woningen. De werken moeten zeer vlug tot stand gekomen zijn. In mei 1895 stond nog geen baksteen recht en in september 1897 had reeds de opening plaats.
Het straatbeeld werd verzorgd door het aanplanten van platanen (al lang verdwenen).
De woningen genoten ver vóór vele andere in de stad van electriciteit (van de fabriek zelf afkomstig – het elektriciteitsnet kwam in Oudenaarde pas in de jaren 1920 tot stand), gas en riolering.
Voor het drinkwater was men op straatpompen aangewezen die op de stadsleidingen aangesloten waren.
De huizen werden verhuurd naarmate ze vrijkwamen. Naast
de woningen kwamen diverse gemeenschapsvoorzieningen
tot stand. Deze trof men meestal op de hoeken van de
straten of alleszins op in het oog springende plaatsen.
Aldus waren er winkels – een kruidenier en een
bakkerij – op de hoek van de Gevaertsdreef met
de Devosstraat (gesloopt), op de hoek van de Dijkstraat
en de Fabriekstraat en ook aan beide zijden van café “De
Valk”. Dit laatste gebouw is, samen met beide
aanleunende constructies, wellicht de grootste blikvanger
van heel de wijk. Zijn ligging leent er zich overigens
goed toe. Ook de cafés “De Werkmanslust” en “De
Zanglust”, op de hoek van de Gevaertsdreef, met
respectievelijk de Devosstraat en de Jacob Lacopstraat,
vielen op. In deze cafés waren diverse vrijetijdsverenigingen
gevestigd die lange tijd een levendig en hecht karakter
gegeven hebben.
Er zijn niet minder dan 8 verschillende huistypes, zonder daarbij de specifieke hoekgebouwen te rekenen. Toch overheerst in het geheel duidelijk éénzelfde sfeer, zo sterk zelfs, dat als men voor de eerste keer de wijk ziet, men zou denken dat alle huizen identiek zijn.
|
|
Door toedoen van Omer Gevaert werd ook de vorming van de kinderen en van de volwassenen bevorderd: op de hoek van de Hofstraat en de Dijkstraat verrees een lagere school die uitgebaat werd door de "zusters van de heilige kindsheid" (vanaf 1900). Daarnaast, in de Hofstraat zelf, kwam een huishoudschool (les op zaterdagnamiddag) (vanaf 1912).
Andere realisaties van Omer Gevaert waren ondermeer de
bouw van een zwemkom (“Klein Blankenberge”,
in 1903) in de Meerspoort – die ook toegankelijk
was voor iedereen – en de oprichting van een spaarkas
(“Voorzienigheidskas”, in 1913). Meer
over de oprichting van de zwemkom via artikels uit de lokale
pers ... Verder stond hij als gemeenteraadslid ook
achter de bouw van een bejaardentehuis. De handelingen
van Omer Gevaert gingen uit van een christelijk-sociale
ingesteldheid. |
 |
|
 |
|
|
|
|
Na het overlijden van Omer Gevaert in 1908 werd het bedrijf onder de kinderen verdeeld.
Het ene deel van de Gevaertsdreef (nedergebuurte of deel bij het Tacambaroplein) ging naar de fabriek op hetzelfde plein. Dit bedrijf, de latere Gevaco (met de bekende slagzin “zo sterk als een paard”) vestigde zich in 1966 in de Lindestraat te Bevere. De gebouwen van het Tacambaroplein werden volledig gesloopt.
Het andere deel (oppergebuurte of oostelijk deel) ging naar een andere firma, die in 1909 opgericht werd. De fabriek in kwestie staat tussen de Jacob Lacopsstraat en de Stationsstraat, met hoofdingang in de Gevaertsdreef (op het kruispunt met eerstvermelde straat). Als aanvaardbare hypothese mag men stellen dat het werd opgericht juist na de dood van Omer Gevaert.
De weverij zou het oudste blok zijn (1908) (nu o.m. de Bowling Stones).
De spinnerij, met machtige schoorsteen en toren, zou van 1910 dateren (nu lofts en Brico).
Het blok waar nu de O-Cool gevestigd is, bevatte de ververij.
De aanleg van deze fabriek werd ongetwijfeld in de
hand gewerkt door de aanwezigheid van de Coupure, als waterloop
waaruit men het koelwater kon halen. Zoals voor de Gevaertsdreef
zelf, bakte men ook ter plaatse de baksteen. Waar men de
klei uithaalde is tot begin 1990 bij de Jacob Lacopsstraat
en de Coupure een vijver gebleven. |
|
| |
|
|
|