Het “Hospitalis Aldenardensis” werd door priester Arnulfus rond 1200 buiten de stadsmuren bij de Beverepoort gesticht als een soort toevluchtsoord voor pelgrims en reizigers (volgens een oorkonde van 1202 waarbij door graaf Boudewijn IX van Constantinopel een molenstede geschonken werd bij de Einepoort).
De gemeenschap van broeders en zusters kreeg in 1224 een eigen regel, goedgekeurd door de bisschop van Doornik en bekrachtigd door paus Gregorius IX. In 1232 werd de gemeenschap hervormd in de cisterciënzergeest. In 1233 werd de abdij overgeplaatst naar Ath en het klooster der bernardinnen werd onafhankelijk van de cisterciënzers.
In de beginjaren was het aantal verzorgden zodanig groot dat zij een eigen kerkhof bekwamen.
Teneinde een onderkomen te kunnen verkrijgen binnen de stadsmuren kocht de gemeenschap in 1309 het “Steen van Engeland” dicht bij de Walburgakerk. De oude gebouwen werden tenslotte in 1382 gesloopt door de graaf van Vlaanderen in zijn strijd tegen de Gentenaren. Het afbraakmateriaal diende voor de stadsversterking. Het hospitaal werd ondergebracht binnen de stadsmuren achter de Walburgakerk in het priestershuis en de vergaderzaal van de “Bogaerden” (vermoedelijk een deel van de huidige kapel, opklimmend tot de 13de eeuw). Van hieruit breidde het hospitaal zich steeds verder uit.
In 1433 gaf Filips de Goede de toestemming tot ommuring van de eigendom.
Het werd een gesloten gemeenschap met elitair karakter. Alleen zusters van adellijke afkomst werden toegelaten. De ziekenzorg kreeg voortaan voorrang.
In 1449 was er een uitbreiding met de zgn. “de Cluys”, eerste verblijfplaats van de begijnen die op dat moment verhuisden naar de “Borch” (de Burg).
In de 16de eeuw werd een kloosterpand gebouwd dat zwaar beschadigd werd door de geuzen in 1572.

Hospitalis Aldenardensis  
Zicht op de binnenkoer van het hospitaal

In 1653-33 bouw van het “Bisschopskwartier”.
In de 18e eeuw werd het kloostergebouw uitgebreid met het hoofdgebouw (O-vleugel) (1772-74) en een aansluitende N-vleugel van 1780. Het hoofdgebouw heeft een sterk classicistisch geritmeerde lijstgevel met rechthoekige vensters tussen doorgetrokken zandstenen banden en aflijnende gelede architraaf onder de houten kroonlijst. De versieringen hebben een duidelijke rococo-inslag.
In 1795 werd de gemeenschap afgeschaft en werden de goederen onder beheer van de Burgerlijke Hospitalen geplaatst. De kapel werd toen als ziekenzaal gebruikt.
In de 19de eeuw werden ziekenzalen en bejaardenzalen opgericht voor zowel mannen als vrouwen en kwam in 1884 onder leiding van architect A.Vossaert het proosthuis of de aalmoezenierswoning tot stand. In 1893 werd een poortgebouw in neo-traditionele baksteenarchitectuur opgericht.
In 1848 openden de damen bernardinnen een vrije school op de Hoogstraat – het oud klooster der grijze zusters – nl. het “Kloosterken”. In 1918 werden de leergangen uitgebreid, nl. lager- en middelbaar onderwijs, een beroepsschool, met dag- en avondleergangen.
In 1905 werd het “Sint-Elisabethgesticht” (huidige OCMW-gebouw) voltooid.
In 1937 werd de W-vleugel gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe vleugel, nl. het Sint-Jozefsgebouw (nu gebruikt door de politie).
In de jaren 60 tenslotte werd het nieuwe hospitaal gebouwd.

 
  Hospitaalkapel  
Bisschopskwartier

Kapel:
Mogelijk de vroegere vergaderzaal der Bogaerden uit de 13de eeuw, later gebruikt als ziekenzaal en kapel. Het is volledig opgetrokken uit Doornikse hardsteen. Eénbeukig schip met in 1409 aangebouwd vijfzijdig koor in Scheldegotiek. Het is verlicht door vijf vensters in gotische stijl. De kapel werd in 1463 voorzien van een torentje in Balegemse steen. In 1898-1901 grotendeels vernieuwd bij de restauratie. Naast de kapel werden de zogenaamde “Openbare Baden” gebouwd in opdracht van Omer Gevaert.

Bisschopskwartier:
De damen bernardinnen hadden zeer goede betrekkingen met de hertogen van Bourgondië. Meermaals bood de gemeenschap onderdak aan hoge personaliteiten zoals bisschoppen, Maria van Bourgondië en haar echtgenoot, Margaretha van York (weduwe van Karel de Stoute), e.d. meer.
Om hun hoge gasten met de nodige luister te kunnen ontvangen werd een receptiegebouw van het hospitaal opgetrokken met de naam Bisschopskwartier. Het werd gebouwd in 1623-33 onder de leiding van Egidius Simon de Paepe (1585-1636) met een voor de Zuidelijke Nederlanden ongekende gevel in renaissancestijl die nauw aansluit bij de Italiaanse renaissance.
Het is een imposant volledig onderkelderd gebouw in twee bouwlagen met een monumentale arduinen voorgevel gemarkeerd door gesuperposeerde Toscaanse ionische zuilen op hoge vierkante sokkels. Op de benedenverdieping is er één grote overwelfde zaal met gedrukte arduinen kruisribgewelven op pilasters alsook een renaissancehaard.
De verdieping telt twee kamers met balkenzoldering waarvan de toegang langs een kleine trap in een zijgebouwtje gebeurt.
In 1905-08 werd het gebouw grondig en ingrijpend gerestaureerd.