Een ‘goeie’ Duitser moet vluchten

Joseph Remmlinger

Eind 19de en begin 20ste eeuw woonde en werkte een Duitse beroepsfotograaf in Oudenaarde. Zijn naam was Joseph Remmlinger.

Hij werd op 12/10/1875 te Keulen geboren en werd op 03/12/1897 in de Oudenaardse bevolkingsregisters ingeschreven met de melding ‘komende van Kortrijk’. Zijn adres was Krekelput 14. Hij woonde hier in bij een andere fotograaf, Karel Janssen.

Deze Karel Janssen had 2 adressen. Naast zijn Oudenaardse adres had hij nog een ander adres in Kortrijk, namelijk de Lange Steenstraat 33. Janssen is niet terug te vinden, noch in de bevolkingsregisters van Oudenaarde noch in die van Kortrijk. Blijkbaar had hij zowel een fotografiewinkel in Kortrijk als in Oudenaarde. Hij was de eerste beroepsfotograaf in Oudenaarde. Ongetwijfeld kende Joseph Remmlinger Karl Janssen reeds van in Kortrijk. Leerde Remmlinger de knepen van het vak bij Janssen? Meer dan waarschijnlijk bereidde Janssen de komst van Remmlinger voor in Oudenaarde.

We kunnen met bijna zekerheid veronderstellen dat ‘Karel’ Karl Janssen ook een Duitser was. Op 23/08/1898 trad Joseph Remmlinger in Keulen in het huwelijk met Wilhelmine Pauline Janssen (zie foto van het koppel). Was zij een dochter, een zus of een nicht van Karl? Op 02/09/1898 werd zij in de bevolkingsregisters van Oudenaarde opgenomen met de vermelding ‘komende van Keulen’.

Een gelukkig en welvarend gezin

Tijdens hun verblijf in Oudenaarde werd het huwelijk gezegend met 12 ! gezonde kinderen (6 meisjes en 6 jongens). Bijna ieder jaar werd een nieuwe Remmlinger verwelkomd. Wilhelmine werd bij elke bevalling bijgestaan door één of meerdere zussen Herreman uit Bevere.

Joseph verdiende als fotograaf goed zijn kost. De foto’s die toen gemaakt werden, waren voornamelijk carte-de-visite-foto’s, die enkel per dozijn en soms per half dozijn verkocht werden. Een gemiddelde arbeider in die periode moest al gauw enkele dagen werken voor een set van 12 foto’s.

De zussen Martha en Pauline De Keyzer waren in dienst als kindermeisje en keukenhulp. In de voormiddag hielp Martha haar zus in de keuken. In de namiddag trok zij met de kleinsten naar het park om te ravotten. Na 16 uur kwamen de oudste meisjes en jongens, die school liepen in het Kloosterke en het College, nog een uurtje meespelen. Daarna ging het richting huis waar iedereen gewassen werd. Na het gezamenlijk avondmaal werden de jonge kinderen naar bed gebracht.

De kinderen maakten net zoals in andere gezinnen regelmatig ruzie, maar als het erop aan kwam, vormden ze één solide geheel.

’s Avonds ontving het koppel Remmlinger-Janssen dikwijls bezoek. Er werd dan tot een stuk in de nacht goed gegeten, gedronken, gekeuveld en gelachen.

Het was een gelukkig gezin (zie foto uit 1913), waaraan velen later goede herinneringen hadden.

Mevrouw Remmlinger was bijzonder vriendelijk, sociaal-voelend en bereid om mensen te helpen, zowel financieel als materieel. Joseph was een graag gezien figuur die ’s avonds een pintje ging drinken in het café om de hoek en met plezier naar de schietoefeningen van de ‘francs-tireurs’ (scherpschutters) ging. In 1906 werd hij lid van de Geschied- en Oudheidkundige Kring. Hij verdeelde zijn tijd onder zijn gezin, zijn drukbeklant atelier, zijn fotografische exploraties en zijn ontspanningsleven.

Het grote gezin verhuisde op 01/09/1912 van de Krekelput naar de Vrijheidsstraat (Broodstraat) 22, om wat ruimer te kunnen wonen.

Op de vlucht

En toen kwam de oorlogsdreiging … De mensen keerden zich stilaan tegen alles wat Duits was. Joseph werd door sommigen van spionage verdacht en er op een bepaald moment zelfs openlijk van beschuldigd. De inval van de Duitsers in België deed de gemoederen nog meer verhitten. De Remmlingers werden op de hoogte gebracht dat ze voortaan ongewenst waren en beter het land zouden verlaten.

In september 1914 stopte een paardenspan. Gans het gezin stapte in, met uitzondering van Joseph die niet aanwezig was. Ze werden weggevoerd en moesten al hun bezittingen achterlaten. Ten slotte werden ze de Belgisch-Nederlandse grens overgezet. In het bevolkingsregister werd naast Joseph zijn naam ‘expulsé avec sa famille en septembre 1914’ vermeld. Het gezin kreeg een onderkomen op een gemeubileerd appartement in Vlissingen. Hier vond Joseph zijn gezin terug.

Op 29/09/1914 schreef hij een brief naar zijn goede vriend Octaaf Van Ommeslaeghe:

Vriend Octave en familie,

Eindelijk heb ik zaterdag avond mijne vrouw en kinderen gezond hier tot Vlissingen wedergevonden, ik voor mijn deel heb verschrikkelijk geleden in België, maar het is beter onrecht lijden, dan onrecht doen, en die het ons aangedaen hebben zullen wel hunne gerechte straffe niet ontlopen, God zal hun wel vinden.
Gelieft mij onmiddellijk het adres van Adhemaer te doen kennen, ik zal all doen, wat mogelijk is, om hem met mijne familie in contact te brengen.
Hoe staat het met ons huis?
Groot genoegen zal het doen iets van Oudenaarde te horen. Vlissingen is eene mooie zeestad, maar het leven is duur, wij woonen op een gemeubeld appartement en dit kan men maar hier vinden, wij zullen dus verplicht zijn van hier te blijven.
Hartelijke groeten aan alle.

Joseph en familie - 29/9/14.’

Nadat het gezin uit Oudenaarde vertrokken was, sloegen enkele heethoofden de inboedel van het huis kort en klein en gooiden Remmlingers foto’s op straat.

Joseph zou tijdens de oorlog nog een paar keer als officier van het Duitse leger (zie foto) naar Oudenaarde zijn teruggekeerd. Na de oorlog hebben vrienden nog de Remmlingers in Keulen bezocht. Daarna werd het stil rond de familie. Rond 1980 bezochten 4 dochters van Joseph en Wilhelmine Oudenaarde (3 uit Keulen en 1 uit Parijs) en meer bepaald het huis in de Broodstraat (Vrijheidsstraat) waar zij vroeger gewoond hadden.