Een duister stukje geschiedenis met een belangrijke Oudenaardse inbreng
Een Belgisch regiment in Mexico - Tacámbaro

Benito Juarez

In 1821 rukte Mexico zich los vanonder het eeuwenoude Spaanse juk. De eerstvolgende 40 jaar deden zich talloze burgeroorlogen, opstanden en staatsgrepen voor. In juni 1861 slaagde de liberale Benito Juarez erin Mexico in te nemen ten koste van de conservatieve president Miramon. Toen Juarez besliste om de schulden tegenover landen als Frankrijk, Engeland, Spanje e.a. niet meer terug te betalen, besloten de voornaamste geldschieters een expeditiecorps naar Mexico te sturen. De Franse keizer Napoleon III was van plan om van de gelegenheid gebruik te maken om in Mexico een katholieke monarchie te vestigen als tegengewicht voor de Amerikaanse Verenigde Staten.

Eind 1861 kwamen de geallieerden aan in Mexico. Onderhandelingen leverden niks op waarop de Engelsen en Spanjaarden huiswaarts keerden omdat ze een oorlog niet zagen zitten. De Fransen bleven met 7.000 man ter plaatse. Dit leger was echter niet opgewassen tegen de mannen van Juarez. Pas toen de Fransen over een leger van 30.000 man beschikten, kwamen in 1863 Mexico-stad en andere grote steden in Franse handen. De partizanen van Juarez waren echter nog heer en meester op het uitgestrekte platteland en opereerden vanuit de bergen. De Amerikanen konden niet reageren omdat ze nog volop in de Burgeroorlog zaten.

Keizer’ Maximiliaan van Oostenrijk

De Fransen organiseerden een referendum dat zich uitsprak voor de invoering van de monarchie. Men kan zich de vraag stellen wat de geldigheid van zo’n referendum was, wetende dat dit georganiseerd werd tijdens de bezetting. Napoleon wilde de kroon van Mexico aan aartshertog Maximiliaan van Habsburg (de broer van de Oostenrijkse keizer Frans-Jozef) geven. Hij hoopte dat hierdoor de banden met Oostenrijk zouden verbeterd worden. Maximiliaan was een zeer verstandig man met interesse voor kunst en wetenschap. Tevens was hij een liberaal die snel militaire carrière maakte. Maximiliaan werd in 1857 onderkoning van Lombardije-Venetië en trouwde in Brussel met prinses Charlotte van België, dochter van koning Leopold I.

Hij aarzelde bijna een jaar vooraleer uiteindelijk in april 1864 toch toe te geven en de kroon van Mexico te aanvaarden. Onder bescherming van Oostenrijk en Frankrijk werd hij tot keizer uitgeroepen. Napoleon beloofde hem dat het Franse leger in Mexico zou blijven tot zolang de keizerlijke macht goed gevestigd was. Maximiliaan gaf met het verdrag van Marimar, voor hem en zijn nakomelingen, alle aanspraken op de Oostenrijkse troon op.

De keizer kwam eind mei 1864 in Vera Cruz aan. De Mexicaanse rebellen onder leiding van president Benito Juarez weigerden hem te erkennen.

Het keizerpaar (zie foto) installeerde zich op de Chapultepec, een heuvel buiten Mexicostad waar de Azteekse keizers verbleven en later een militaire academie was gevestigd. Maximiliaan beval dat er een brede laan moest komen van het stadscentrum naar zijn paleis. Blijkbaar was een zekere grootheidswaanzin de man niet vreemd.

Maximiliaan en Charlotte hadden geen kinderen. Daarom adopteerden ze twee kleinzonen van de vorige Mexicaanse keizer Agustín de Iturbide, de neven Agustín de Iturbide y Green en Salvador de Iturbide y de Marzán. Agustín zou de troonopvolger worden.

Maximiliaan wilde Mexico aan Europa spiegelen, hetgeen niet de juiste visie was. Hij raakte snel geïsoleerd in een vreemd land dat hem niet gevraagd had, beschermd door een leger dat niet van hem was. Omdat het Mexicaanse leger niet te vertrouwen was, besloot hij een persoonlijke wacht op te richten, een samenraapsel van Oostenrijkse, Franse en Belgische militairen. De Belgen zouden belast worden met de veiligheid van de prinses. Hiertoe had Maximiliaan een krediet van 180.000 frank geopend. De Belgische regering kon zich niet inlaten met de vorming van een leger omdat dit niet verenigbaar was met het Belgische neutraliteitsprincipe en men op termijn niet in conflict wilde komen met de Verenigde Staten. Toch vroeg koning Leopold I aan de minister van oorlog Chazal om een corps te vormen.

Vorming van een Belgisch legioen in Oudenaarde

De minister gaf de opdracht door aan luitenant-generaal Chapelié, commandant van de Koninklijke Militaire School. Door de neutraliteit van België kon geen leger gestuurd worden maar enkel ‘vrijwilligers’. In het parlement ontstond een hevig debat tussen de liberalen die in de regering zaten en de katholieke oppositie die radicaal tegen de vorming van een vrijwilligersleger was.

Heel wat kranten publiceerden de oproep voor rekruten voor de vorming van een Belgisch korps. Een aantal militairen wilden hun saaie kazerneleven ontvluchten en voelden zich aangetrokken door het avontuur in de Nieuwe Wereld en de uitstraling om lijfwacht te zijn van een prinses (keizerin). Ze werden gelokt door allerhande beloftes zoals bijvoorbeeld dat officieren en onderofficieren één graad zouden stijgen en men een rekruteringspremie zou krijgen.

Generaal Chapelié zocht een geschikte plaats voor logies en oefenvelden voor het corps. Dit vond hij in Oudenaarde waar het stadsbestuur beschikte over 2 voormalige abdijen die dienst deden als kazernes, namelijk de abdij van Maagdendale en het voormalige jezuïetenklooster.

Baron Alfred Van der Smissen (zie foto), majoor in het Belgische leger, zou als luitenant-kolonel het bevel voeren over het Belgische vrijwilligerslegioen. Eind juli 1864 werd een commissie voor rekrutering in Oudenaarde geïnstalleerd. Het was de bedoeling om 2.000 mannen aan te werven. De rekrutering gebeurde onder de militairen en de burgerbevolking. Het kader bestond alleen uit militairen die een onberispelijk gedrag en een perfecte staat van dienst hadden. Veel kaderleden lieten hun graad vallen en namen als soldaat deel. Officieren kregen 2 jaar verlof zonder wedde. De manschappen tekenden een contract van 6 jaar onder Maximiliaan. Na die 6 jaar mochten de manschappen zich als kolonialen definitief in Mexico vestigen, waar ze op termijn land en uitbatingsmateriaal zouden krijgen. Mexico werd als het ‘beloofde land’ voorgesteld. De vrijwilligers kwamen van overal, van Antwerpen tot Noord-Frankrijk. Uit Oudenaarde zelf sloten er 16 mannen aan bij het Belgische vreemdelingenlegioen.

In de abdij van Maagdendale werden de officieren ondergebracht en in het voormalige jezuïetenklooster werden de vrijwilligers gehuisvest. De rekruten die nog geen militaire dienst hadden gehad, kregen een oppervlakkige training. Zo kregen zij geen dril, geen wapentraining en geen gevechtsoefeningen met de bajonet. De rekruten die wel al militaire dienst hadden gedaan, werden getraind op de nabijgelegen oefenvelden. Het was de bedoeling indruk te maken op de bevolking. Ondertussen voerden de katholieken acties (onder meer met pamfletten) om de rekruten tot desertie aan te zetten. Omdat ze niet behoorden tot een officieel leger konden ze technisch gezien niet beticht worden van desertie als ze de plaat poetsten. Van de op het einde van de rekrutering tellende 2.067 vrijwilligers, zouden er uiteindelijk maar 1.554 vertrekken.

Het Belgische regiment bestond uit 2 bataljons, het bataljon ‘Impératrice’ en het bataljon ‘Roi des Belges’ (grenadiers en voltigeurs, elk 6 compagnieën) met staf, en kreeg de naam ‘Regiment van keizerin Charlotte’.

Naar het ‘El Dorado’

Het eerste detachement vertrok op 14/10/1864 en was samengesteld uit 604 streng geselecteerden mannen. Die dag regende het pijpenstelen. Kolonel Van der Smissen schouwde zijn troepen op de Markt en onder muzikale begeleiding stapten de vrijwilligers naar het station. In Ronse en in alle andere stopplaatsen tot aan de Franse grens werd het vrijwilligerskorps uitgewuifd. De eindbestemming was Saint- Nazaire waar ze overstapten op het stoomschip de Louisiane. Tijdens de overtocht leden een aantal soldaten na het eten van tropisch fruit aan dysenterie. Op 13 november bereikte het schip de stad Vera Cruz in Mexico.

Het tweede konvooi onder leiding van kapitein Loiseau, het derde onder het commando van Constantin Tijtgadt en het vierde, telden respectievelijk 403, 361 en 190 man. De respectievelijke vertrekdata vanuit Oudenaarde waren 14/11, 17/12/1864 en 24/01/1865. De schepen kwamen ongeveer een maand later aan in Vera Cruz.

Na een allesbehalve comfortabele overtocht werden de Belgen van het eerste detachement in de kazerne ‘La Merced’ ingekwartierd. Het was een oud klooster, waar deuren en vensters ontbraken. Er waren noch bedden, noch tafels, noch stoelen aanwezig. Koken was ook al onmogelijk. Gelukkig deelden de Fransen tenten en levensmiddelen voor 4 dagen uit. De officieren konden overnachten in een hotel. Snel werden de Belgen op weg gezet richting Mexico-stad. Zwaar beladen met propvolle rugzakken stapten de Belgische vrijwilligers onder een hete Mexicaanse zon, langs ontoegankelijke wegen (zie olie op doek van Charles Lahall, 1869). Dagelijks werd 18 km afgelegd. De tocht werd stilaan een lijdensweg. Waar was het El Dorado dat hen beloofd was??

In de stad Puebla werd 4 dagen gerust om vervolgens op te trekken richting Mexico-stad, waar men uiteindelijk op 10/12/1864 aankwam. Op 1 mijl van de stad werd het detachement door Maximiliaan en Charlotte persoonlijk verwelkomd. In de stad aangekomen, werden de manschappen hun kazernes toegewezen. Groot was de ontgoocheling toen de vrijwilligers op planken moesten slapen. De levensmiddelen waren extreem duur zodat de militairen (zelfs de officieren) niet rondkwamen. De levensomstandigheden waren verre van ideaal. Verder hadden ze weinig om handen en verveelden ze zich stierlijk.

In maart 1865 kwamen de eerste brieven aan op het thuisfront. Hierin werden de armzalige levensomstandigheden en de algemene ontevredenheid verwoord. De pers publiceerde de klachten, hetgeen tot heftige woordenwisselingen in het parlement leidde. De minister van oorlogszaken Chazal ontkende staalhard alle aantijgingen. Het kwam zowaar zelfs tot een duel tussen de minister en een Antwerps volksvertegenwoordiger, gelukkig zonder verwondingen.

Meegesleurd in de Mexicaanse oorlog - De slag bij Tacámbaro (11/04/1865)

Zoals aanvankelijk beloofd, was het de bedoeling dat de Belgen officieel enkel als lijfwachten zouden optreden in een beschermende rol voor Maximiliaan en Charlotte. De Fransen en Oostenrijkers beschouwden de Belgen echter als oorlogsschuw. Kolonel Van der Smissen kon deze belediging niet over zijn kant laten gaan. De Belgen werden weldra effectief ingeschakeld in de militaire acties.

Van der Smissen was niet enkel de leider van het Belgische korps maar werd ook gouverneur van de staat Michoacan in het centrum van Mexico. In dit woelige en opstandige gebied konden de Belgen voor het eerst aan de slag in de Mexicaanse guerilla-oorlog.

Op 03/04/1865 bezetten 251 soldaten van het legioen van Belgische vrijwilligers de stad Tacámbaro. Onder leiding van majoor Tijdgat trokken ze zich terug in de stad, meer bepaald in de kerk die ze ombouwden tot een versterking. Op 11 april werden ze aangevallen door de troepen van de juaristische generaal Nicolás Régules, die over 3.500 republikeinse manschappen beschikte. Langs alle kanten omsingeld, probeerden de Belgen samen met enkele Mexi-caanse ruiters en 1 houwitser stand te houden tot de komst van de versterkingen, die pas 4 dagen later zouden komen opdagen.

Na een heroïsche strijd van 8 uren moesten ze zich overgeven. Het legioen verloor op een dag ongeveer een kwart van zijn slagkracht. Zwaargewond tijdens de gevechten, zou majoor Tijdgat korte tijd daarna sterven. Zijn adjunct, kapitein Ernest Chazal, de zoon van de Belgische minister van oorlog, sneuvelde tijdens de gevechten.

De slag bij Tacámbaro (Le Monde Illustré -17.06.1865)

De verliezen waren groot. 7 officieren en een 30-tal onderofficieren en soldaten werden gedood. Velen waren gekwetst zodat er nog 150 valide mannen overbleven.

Langs de kant van de republikeinen waren er 125 doden, 70 gekwetsten waarvan er 45 niet meer vervoerd konden worden, en veel licht gekwetsten. De republikeinen waren woedend omwille van de grote verliezen en wilden in een dronken bui de Belgen van kant maken. Gelukkig kon generaal Régules het bloedbad vermijden. Toch werd dokter Lejeune door een rebel een kogel in het hoofd geschoten. De Belgische officieren moesten een document ondertekenen met de belofte nooit meer de wapens tegen de republiek op te nemen. Toen generaal Régules vernam dat nieuwe troepen uit Morelia op komst waren, maakte hij zich met zijn manschappen uit de voeten.

Eenmaal op de hoogte van de slag bij Tacámbaro hield men in Oudenaarde een herdenkingsmis.

Op 16/07/1865 behaalde het expeditiekorps onder leiding van luitenant-kolonel Alfred Van der Smissen alsnog een overwinning in La Loma de Tacámbaro.

In de slag bij Marin, werd op 16/04/1866 een overwinning op de dissidenten behaald. Er was een aanzienlijke buit en met de buitgemaakte paarden richtte men een detachement cavalerie op.

In de slag bij Charco Redondo (18/06/1866), bleven de Belgen meester van het slagveld.

Op 25/09/1866 startte een expeditie naar Ixmiquilpan. De vijand was sterk ingegraven. De Belgen slaagden er niet in de stad in te nemen. Het was de laatste en meest gruwelijke slag die de Belgen in Mexico leverden.

De ondergang van Maximiliaan

De keizer had Juárez aanvankelijk amnestie aangeboden als hij trouw zou zweren aan de kroon, wat hij weigerde. Daarna beval Maximiliaan om alle gevangengenomen volgelingen van Juárez dood te schieten. Dit was een grote fout die uiteindelijk zijn ondergang zou inluiden.

Na de Amerikaanse burgeroorlog (beëindigd in juni 1865) begonnen de Verenigde Staten de republikeinen van wapens te voorzien. Naar aanleiding van het groeiende Mexicaanse verzet en de Amerikaanse druk, trok Napoleon III in 1866 zijn troepen uit Mexico terug. Hij adviseerde Maximiliaan om Mexico te verlaten, maar de keizer weigerde zijn volgelingen te verlaten.

Op 24/12/1866 kwam er een einde aan de taak van het Belgische detachement. De keizerin bedankte de soldaten en bood hen de mogelijkheid om over te gaan naar het Mexicaanse leger met verhoging van graad. Weinigen gingen op het voorstel in.

Op 20/01/1867 vertrok de boot met het Belgische detachement aan boord richting België. De boot kwam in Antwerpen aan op 09/03/1867 waarna de eenheid ontbonden werd. 35 officieren en 754 manschappen waren teruggekeerd, de rest was gesneuveld of door ziekte gestorven. Anderen hadden op het laatste ogenblik dienst genomen in het leger van Maximiliaan of wilden in het land blijven. Ondanks het feit dat ze ons land eer aangedaan hadden, werden ze zonder veel poespas aan de kant geschoven. Alleen in het kamp van Beverloo en in Oudenaarde herinnert een monument ons nog aan het Mexicaans legioen.

Het werd duidelijk dat Maximiliaan het niet lang meer zou volhouden. Keizerin Charlotte reisde naar Europa af om in Parijs, Wenen en bij de paus in Rome steun te zoeken voor het bewind van haar echtgenoot. Dit lukte haar niet. Gekweld door de uitzichtloze situatie begon ze tekenen van krankzinnigheid te vertonen. Ze zou nooit meer naar Mexico terugkeren en trok zich in eenzaamheid terug op het kasteel Miramar bij Triëst en later in België op het kasteel van Boechout in Meise, waar ze 60 jaar later op 19/01/1927 overleed.

In februari 1867 werd Maximiliaan naar Santiago de Querétaro gedreven waar hij gedurende weken werd belegerd. Op 11/05/1867 trachtte hij te vluchten, maar hij werd gevangengenomen en door de krijgsraad ter dood veroordeeld. Vele Europese monarchen en andere prominenten zonden brieven met het verzoek Maximiliaans leven te sparen. Juárez weigerde echter het oordeel te herroepen omdat hij meende dat het nodig was te laten zien dat Mexico geen door vreemde mogendheden opgedrongen regering aanvaardde.

Maximiliaan werd op 19/06/1867 samen met zijn generaals Miguel Miramón en Tomás Mejía door een vuurpeloton gedood. Hij werd het jaar daarop in de keizerlijke tombe in de Kapuzinergruft te Wenen begraven.

Tacambaroplein

Het Tacambaroplein was vroeger eeuwenlang ingenomen door de stadsversterkingen die zich op deze plaats heel wijd uitstrekten. Het gebied tussen de wallen en de huizen lag open en droeg de naam Meinaert (gemeenschappelijke weide/grond). Vanaf juni 1859 begon men stelselmatig de versterkingen te slopen. In 1861 werd het poortgeld (octrooien) afgeschaft zodat ook de stadspoorten overbodig waren en bijgevolg verdwenen. Het gevolg was dat er een kale vlakte ontstond. Hier werd op de plaats van de vroegere Beverepoort een rechthoekig plein aangelegd.

Ter nagedachtenis van de gesneuvelde landgenoten in Tacámbaro werd op de Meinaert een standbeeld van de hand van Willem/Guillaume Geefs gemaakt, dat ingehuldigd werd op 15/10/1867. Het monument beeldt een half-liggende dame uit die op een wereldbol leunt en met een treurige blik richting het westen kijkt terwijl ze een rouwkrans op een graf legt. Ze kijkt richting Mexico, waar in april 1865 de slag van Tacámbaro plaatsvond. De vrouw symboliseert de treurnis van de vrouwen die achterbleven, van wie de mannen met het Belgische legioen naar Mexico waren afgereisd. Het beeldt geen beroemd personage uit maar een gewoon burgermeisje dat poseerde voor beeldhouwer Guillaume Geefs (zie foto).

Het standbeeld draagt volgend opschrift: Dank der gedachte aan Lt.-Gl. Karel Pletinckx bevelhebber der Brusselse burgerwacht en den kunstzin van Willem Geefs beeldhouwer, lid der koninklijke academie, werd dit gedenkteken bij openbare inschrijving opgericht ter eere der Belgische vrijwilligers die in 1864 den Mexikaanschen keizerstroon wilden bevestigen MDCCCLXVII (1867)’.

Er kwam ook een monument in Schaarbeek, maar uiteindelijk was Oudenaarde de beste plaats omdat de stad het meest verbonden raakte met dit stukje geschiedenis. Eerst was er weerstand, maar uiteindelijk heeft Oudenaarde het monument aanvaard en zelfs gefinancierd. Het was een herdenking van een duister kantje van de Belgische geschiedenis, waarbij België een bezettingsmacht stuurde naar een overzees land. Het monument had een negatieve bijklank. Toen Oudenaarde in de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers bezet werd, herinnerde het monument aan een Belgische bezetting in buitenlands gebied.

Het Tacambaroplein zelf kwam in 1869 klaar. De aanleg van het plein verliep gemakkelijk omdat de terreinen ervan stadseigendom waren.

Eind 19de eeuw en begin 20ste eeuw werden rond het plein een aantal prachtige gebouwen opgetrokken.

De Meinaert anno 1867-68

Aan de westzijde van het plein lag een terrein van de familie Gevaert. Waar de vroegere landbouwschool staat, was eerder de ‘hof van Gevaert’, een deel van het domein van Omer Gevaert die er een belangrijke textielfabriek had. Omer liet in 1889 aan het plein een statig herenhuis bouwen.

Wat weinigen weten is dat hier een stadsgracht liep. Deze vertrok vanuit de Schelde naast de spoorwegbrug aan de Meerspoort, liep langs het hospitaal richting fabriek, onder het Tacambaroplein door, om in de Gevaertsdreef zijn weg verder te zetten. Achter de vroegere Werkmanslust maakte de gracht verbinding met een oude vestinggracht van Vauban die op zijn beurt verbinding maakte met de Burgschelde op het Gentiel Antheunisplein.

Het ‘huis Raepsaet’ op de splitsing van de Beverestraat en de Stationsstraat is een beeldbepalend hoekpand. Het werd in 1908-1909 in Art-Nouveau-getinte stijl gebouwd door architect Alphonse Vossaert.

Waar nu het appartementsgebouw staat waar onder andere de Game Mania gevestigd is, stonden vroeger 5 arbeidershuizen met bepleisterde en beschilderde lijstgevels, gebouwd eind jaren 1860.

Een ander beeldbepalend hoekpand is het huis met classisistische voorgevel op de splitsing van de Hoogstraat en de Nederstraat. Het werd in 1837 verbouwd door drukker Charles Ronsse, oprichter van de Gazette van Audenaerde.

Oudenaardeplein

Na 150 jaar is de spons geveegd over het verleden en werd de eerste steen gelegd voor een plein in Tacámbaro dat naar Oudenaarde vernoemd wordt. Om dit te kunnen uitvoeren, werd de bouw van een gevangenis tegengehouden. Er werd ook een samenwerkingsakkoord gerealiseerd tussen beide steden.

Links: Onthulling gedenkplaat ‘150 jaar slag bij Tacámbaro’ / Rechts: ‘Dat onze geschiedenis wordt erkend door vrede en broederschap’