Het plein liep vroeger dood op de omwalde stadsvesten. De zeer oude benaming was “bachten meulene”. Vroeger was er een vlasmarkt en vanaf 1785 een maandelijkse veemarkt op donderdag. Daarom was de tot voor kort gebruikte benaming Varkensmarkt of Beestenmarkt. De huidige benaming is het Jezuïetenplein (of Patersplein) naar de aanwezigheid van het hier gevestigde jezuïetenklooster en -college.
Het plein werd, na het verdwijnen van de vismijn aan de kaai ter hoogte van de Kasteelstraat, ondermeer gebruikt als vismarkt.

Tot in 1971 stond centraal op het pleintje op het kruispunt van het Lappersfort en de Koningsstraat een fontein.
De leeuwenfontein werd in 1830 in hardsteen van Ecaussines opgericht ter vervanging van een 18de eeuwse fontein (1706?, 1713?) die in 1796 werd vernietigd.
De fontein is van de hand van de gebroeders Parmentier uit Gent en bestaat uit een hardstenen blok, versierd met drie arduinen dolfijnkoppen en een smeedijzeren spuit, bekroond met een arduinen Hollandse leeuw met in zijn klauw een blazoen waarop vroeger de letter W (Koning Willem I) prijkte. Later werd dit vervangen door het jaartal 1831 en de naamletter van Oudenaarde. De fontein werd het symbool van de Belgische onafhankelijkheid.
Momenteel staat deze fontein op het Gentiel Antheunisplein, amper een steenworp verwijderd van zijn vorige standplaats.

Aan het begin van het Jezuïetenplein, op de hoek met de Krekelput, staat een opvallend gebouw, nl. het vroegere postgebouw in neogotische stijl, bouwjaar 1911. Het kwam op de plaats van drie huizen, o.a. van het oud “Gezwoornen huis van Pamele”.

Het oud-jezuïetenklooster
De Leeuwenfontein op het Jezuïetenplein

Op het plein staan heel wat 18de eeuwse (o.a. 2 classicistische hoekhuizen met het Lappersfort en de Koningsstraat) en 19de eeuwse waardevolle woningen.

Dominerend voor het plein was het vroegere jezuïetenklooster en -college.
In 1615 werd de Sociëteit Jesu in Oudenaarde opgericht en werd een huis gekocht in de Tussenbruggen. In 1616 werden een school geopend in gehuurde huizen in de Broodstraat.
In 1618 kon de school overgebracht worden naar de Krekelput door het aankopen van diverse huizen. In 1625 werd de school een college.
In 1631 werd de gemeenschap eigenaar van een gans bouwblok tussen de Krekelput en het Jezuïetenplein.
De klaslokalen werden in 1632 overgebracht naar Bachtenmeulen (Jezuïetenplein).
In 1634 werd een grote kerk opgericht op de hoek met de Koningsstraat.
Achter de kerk werd een groot klooster gebouwd (1664-72).
In 1773 werd de jezuïetenorde ten tijde van Maria-Theresia ontbonden. De jaren daaropvolgend werden de diverse gebouwen verkocht.
In 1777 werd de kerk zelfs gesloopt. Op de vrijgekomen plaats (Koningsstraat) werden huizen gebouwd.
De klaslokalen en kloostergebouwen die gespaard bleven, deden na 1796 dienst als theater, een vrijzinnige school, een kazerne (verkocht in 1968) om tenslotte in de brouwerij Felix op te gaan. In 1971 werd het kloostergedeelte in de Koningsstraat gesloopt.
Wat heden nog overblijft van dit klooster is het voormalige poortgebouw met klaslokalen (1699-1706), het zgn. huis Raepsaet. Het gebouw werd in 1835 en 1868 aangepast voor de kazerne. De laatste grote aanpassing gebeurde in 1913 door de heer H. Raepsaet.