Werd vroeger de Garenmarkt of Eiermarkt genoemd. De marktplaats was vroeger iets groter en strekte zich uit tot de Voorburg waar men het overdekte gedeelte de Vismarkt noemde. In 1547 werd in de stad een vismijn geopend. Een handelaar uit Vlissingen bracht hier voor de eerste keer zeevis. De vismijn verplaatste zich later naar de Achterburg.

Het plein ziet er nu beduidend anders uit dan een eeuw terug, mede door de kaalslag bij het maken van het gat in de markt in 1968. Ironisch genoeg is ondertussen dit gat weer gedicht door de bouw van een draak van een gebouwencomplex waar ondermeer het Centrum van de Ronde van Vlaanderen is gehuisvest.

Van links naar rechts:

+ Het Vleeshuis (huidige bibliotheekgebouw): Gebouwd in opdracht van Maria Theresia op de plaats waar het oude vleeshuis van 1584 had gestaan. Dit oude vleeshuis was op zijn beurt gebouwd op de plaats van twee middeleeuwse stenen. Het is een classicistisch gebouw opgetrokken in 1780-83 onder leiding van de architecten Ph. Van der Meersch en A. Van den Hende, beiden oprichters van de Tekenacademie in 1773. Het mag dan ook geen verwondering wekken dat zij de tekenacademie (ook conservatorium genoemd) onderbrachten op de bovenverdieping van het vleeshuis. Op de benedenverdieping werd de nieuwe vleeshal ondergebracht. De combinatie van beide activiteiten mag op zijn minst merkwaardig genoemd worden. Van 1988 tot 1993 werd het bouwvallig gebouw grondig gerestaureerd en huisvest momenteel de stadsbibliotheek.

 
+ Naast het Vleeshuis was er het Café du Jambon (Cercle Militaire) (nog vroeger de zgn “Meerminne”). Dit café werd in 1985 vervangen door een modern gedrocht.

+ Het voormalig “Het Guldin Hooft” of “Steenhuyse”. Het zou in 1504 gebouwd zijn door de heer van Heuverhuus, Wannegem en Lede. Het werd o.m. bewoond door J.J. Raepsaet, advocaat, schrijver en politicus, die hier geboren werd op 29.12.1750. Het is een zeer ruim onderkelderd breedhuis met pui en dubbele trap.

+ De Comte de Flandre. De oude kern is vermoedelijk uit de 17de eeuw en werd later verhoogd met een ondiepe verdieping. Kenmerkend is de verankerde zandstenen lijstgevel met enkelhuisopstand. Bewaarde kelders met bakstenen tongewelven over de volledige bouwdiepte van het huis. Minstens sedert de tweede helft van de 19de eeuw is er uitbating van een café.
Vleeshuis

+ De vroegere oude herbergen “Duc de Brabant” en “Zaksken” werden gesloopt om plaats te maken voor de nieuwe dekenij in 1968.

+ Het Zakstraatje herbergde de lagere school van de blauwe zusters, de zusters der H. Kindsheid. De kinderen kregen ook onderricht in huishoudkunde. Oorspronkelijk stond de school op de Grote Markt ten zuiden van de Gouden Appel. De zusters namen later het onderricht van de school in de Gevaertswijk op zich alsook van een nieuwe school op de Remparden.

+ De Boudewijntoren. Is vermoedelijk een resterende toren van een romaans steen uit de 12de eeuw. Dit gebouw is het oudste monument van de stad. Het is een stedelijke patriciërstoren met aanleunende zaalbouw. De toren is opgetrokken in Doornikse breuksteen op een nagenoeg vierkant grondplan. Op de begane grond is er zowel vooraan als achteraan een rondboogpoort. Verspreid over de verschillende gevels zijn er een vijftigtal schiet- en steigergaten.

+ Het Huis van Margaretha van Parma. Het wordt toegewezen als het geboortehuis van Margaretha van Parma (?). Het is infeite een romaanse zaalbouw die bij de Boudewijntoren hoort. Bij testimentaire wilsbeschikking werd het in 1647 een godshuis of hospice voor arme “knechtjes”. Het godshuis werd ondergebracht in het rechtergedeelte. Na de Franse Revolutie werd het godshuis eigendom van de Commissie der Burgerlijke Godshuizen. In de 19de eeuw werd het volledige gebouw omgebouwd tot armenschool. Het is een onderkelderde zandsteenbouw met lijstgevel die vermoedelijk dateert van de 16de eeuw. Thans is er een horecazaak gevestigd.

+ Het Huis Cambier vormt het hoekhuis van de Kleine Markt met het Meerspoortsteegje. Voorheen was het gekend als het Huus van Clesseneere, genoemd naar de oudste bewoner (1544). In 1628 werd het aangekocht door de augustijnerpriorij van Elsegem als nieuw refugehuis. Sinds eind 16de eeuw was het de ambtswoning van de stedelijke gouverneurs. Het werd in de 18de eeuw zelfs een tijdje gebruikt als tekenacademie voordat deze een onderdak vond in het nieuwe vleeshuis. Na de Franse Revolutie werd het ingericht als brouwerij (tot de jaren 1960). De laatste brouwers waren Cambier-Droesbecque. De achterliggende “Mouterij” (19de-20ste eeuw) behoorde eveneens tot de brouwerij. De oudste kern van Doornikse breuksteen klimt op tot de 12de eeuw. Er is een typerende steektrap met ijzeren leuning.

   
Boudewijntoren en het huis van Margaretha van Parma
 
De aanpalende huizen, met de oude dekenij, rechts van het Meerspoortsteegje, verdwenen in 1968 voor een ontsluiting van de markt naar de Westerring. Het gat was gemaakt. Oh ironie, hedentendage is het gat weer toegemaakt! De vroegere dekenij was opgetrokken in 1875 ter vervanging van een nog oudere pastorie die reeds vermeld werd in 1620.