De Louise-Mariekaai werd eeuwenlang gedomineerd door een sluis op de Schelde, namelijk het  zogenaamde “Spei”.
Meer over het Spei ...
Pas in de jaren 1880 werd de ruim 700 jaar oude installatie vervangen door een klassieke sluis. Om deze te kunnen aanleggen werd een omleggingskanaal (“afleidingskanaal”) gegraven tussen Oudenaarde en Leupegem (Tonkin). De "Vaart" diende van 1883 tot 1887 en werd pas in de tweede helft van de 20ste eeuw grotendeels gedempt. Dankzij deze vaart werden de inwoners van Pamele minder getroffen door overstromingen. Vroeger “overweldigden de golven van tijd tot tijd zoodanig de Pamelewijk, dat de inwoners zich van bootjes moesten bedienen om onderling in betrekking te komen”. Enkel het stuk van de Vaart tussen de Schelde aan de Eindries en de Bergstraat bleef behouden. Momenteel is hier de jachthaven gevestigd.

Men begon vanaf mei 1886 met de bouw van een nieuwe ijzeren brug over de Schelde die de Kasteelstraat met de Louise-Mariekaai verbond. Deze werd vernield in 1918 en vervangen door een houten exemplaar. In 1940 werd de brug door de terugtrekkende legers opgeblazen. De Hoge Brug bleef gespaard.
In die tijd werden te Antoing, Spiere, Berchem, Zingem en Semmerzake sluizen gebouwd.
Na de vernieling van de sluizen te Oudenaarde in 1918 werd de nieuwe sluis stroomafwaarts verlegd naar de Eindries. Deze beslissing leidde te Oudenaarde tot enorm protest. Door deze verplaatsing steeg immers het waterpeil in de stad en werd de verzanding van talrijke waterlopen definitief.

De Louise-Mariefontein
De Louise-Mariekaai en de sluis

Beeldbepalend voor de Louise-Mariekaai is de fontein opgericht in 1852 onder leiding van stadsarchitect Vanderstraeten ter ere van de eerste (in 1850 overleden) Belgische koningin Louise-Marie, dochter van de Franse koning Louis-Philippe en echtgenote van onze eerste koning Leopold I. Ze werd gebouwd naar het voorbeeld van een fontein op de Parijse Place de la Concorde. De fontein verving de “fontein Pierlepyn” of het “fonteintje van Pamele” opgericht in arduin in 1717 en wederopgebouwd door de architecten Ph. Van der Meersch en A. Van den Hende in 1778. Het bestond uit een kom in achthoekige vorm. Temidden van de kom stond een pijler waarop het standbeeld van de watergod Neptunus stond. In de linkerhand hield hij zijn vergulde drietand, terwijl hij met zijn rechtvoet op de kop van een waterspuwende dolfijn steunde.
Ter gelegenheid van de oprichting van de nieuwe fontein in 1852 doopte het Oudenaardse stadsbestuur de straat langs de Schelde om tot Louise-Mariekaai.
Het is een fontein met drie arduinen bekkens boven elkaar en in het midden een 8-kantige pijler en fraaie gietijzeren beeldengroepen en een ijzeren bekroning. De bronzen gedenkplaatjes, o.a. met vermelding “A L.M. Louise Marie d’Orléans, Reine des Belges”, zijn aangebracht op de centrale 8-kantige sokkel. Er zijn vier tritons met een dolfijn in de armen in het eerste achthoekige bekken en vier figuren in het 2de ronde bekken.

De huidige Louise-Mariekaai was vroeger bezet met huizen die ondermeer de Sleutelstraat afzoomden. Op de kaai concentreren zich een aantal herenhuizen, meestal uit de 19de eeuw, sporadisch uit eind 18de eeuw.
Hier bevond zich ook het middeleeuwse “Godshuis van Sint-Juliaan”, een tehuis voor pelgrims en arme reizigers, opklimmend tot de 14de eeuw en opgeheven in de eerste helft van de 18de eeuw.