|
|
| |
De Meerspoort van pakweg een eeuw geleden is in geen enkel opzicht nog te vergelijken met de Meerspoort van nu.
Wat behelsde de Meerspoort nu eigenlijk? De Meerspoort, wat een middeleeuwse benaming is voor de monumentale toegang tot de stad, begon infeite achter de Kleine Markt (het stuk tussen Walburga en de Schelde). Ook de Meerspoort genaamd waren de meersen tussen de Donk en de stad, de wegels, de oude vestingen tot ondermeer het stuk waarop Omer Gevaert zijn eerste fabriek bouwde (ten westen van het Tacambaroplein), de stedelijke zwemkom en de schaarse bewoning in dit gebied (ondermeer een koordendraaierij en het huis met prachtige tuin van Gaston Gevaert). Het meersgebied ten westen buiten de stad was een ideale verdedigingsgordel die in oorlogstijden gebruikt werd als “inondation”, overstromingsgebied, om de vijand tegen te houden.
Het deel aan de Scheldekronkel met brug was waarschijnlijk één van de oudste delen van de stad dat zich in de schaduw van de Walburgakerk ontwikkelde.
In de eerste helft van de 13e eeuw vestigden zich hier de minderbroeders en bouwden er een klooster. De bouw was voltooid in 1285 en ze verbleven er tot 1797.
Op de oude stadsplannen (16de eeuw) en op de maquette van de Nézot (1746)
zien we op de plaats van de huidige Minderbroedersstraat een ruim huizenblok
met in het zuidoosten een straat die verbinding geeft naar de Schelde en de Meerspoort.
Tussen de St.Walburgakerk en dit huizenblok is er een smal straatje naar het
minderbroederklooster.
De minderbroeders of “Freremineuren” speelden een belangrijke rol in de geschiedenis der stad. Ze lagen aan de grondslag van bloeiende rederijkerskamers. Ze waren uitstekende predikanten en schrijvers. |
|
| |
In 1804 werd het klooster aangekocht door een zekere Grubeau die er een katoenspinnerij in oprichtte. Deze brandde in 1807 gedeeltelijk af. De staat kocht de gebouwen in 1822 aan om er een militaire kazerne/arsenaal (tot diep in de 20ste eeuw) te vestigen. In de romaanse kapel werden drie verdiepingen gemaakt om er de militairen te huisvesten. De militairen die er verbleven werden mottekloppers genoemd naar het ongedierte dat er welig tierde. Het klooster werd tevens gebruikt als foeragemagazijn (opslagplaats voor munitie), het “verhuizenmagazijn” genoemd. In 1865 werd een oud oorlogsmagazijn door de regering aan het stadsbestuur afgestaan, teneinde er een slachthuis in op te richten.
Bij de aanleg van de spoorlijn naar Ronse werd een ijzeren brug over de Schelde gebouwd ter hoogte van de Meerspoort. Een veel oudere brug over de Schelde lag vroeger echter ietwat ten oosten van de spoorwegbrug, deze werd de “Belle Fidèle” of Belvédère (écluse du bastion) genoemd (eerste vermelding in 1465). Rechtover het St-Jorishof op de Ham/Smallendam vond men een eeuw terug nog de grondvesten van deze stenen voutbrug terug. Boven op de brug stond een gebouw “op forme van een huys”. Door middel van een systeem van balken en hekkens die konden neergelaten worden, kon het Scheldewater worden opgehouden.
De spoorwegbrug werd, net zoals vele Oudenaardse bruggen, in WOI vernield.
In de jaren zestig werd het beeld van de Meerspoort “totaal” vernield. De bebouwing tussen de Walburgakerk en de Schelde werd afgebroken, net als de huisjes rechts van het huis Droesbeke. Er diende een verbinding te worden gemaakt tussen de Markt en de Westerring.
De Schelde werd rechtgetrokken en de oude Scheldeloop aan
de Meerspoort en de Smallendam werd gedempt. Ook de zwemkom
werd afgebroken. |
|
| |
|
|