|
|
| |
Pamele was een middeleeuws stadje waar de heer van Pamele de plak zwaaide. Het is ontstaan als een nederzetting op het einde van de 11de eeuw aan de rechteroever van de Schelde die de grens vormde tussen het bisdom Doornik en het bisdom Kamerijk. De nederzetting Oudenaarde had zich aan de linkeroever mettertijd tot stad ontwikkeld en Pamele kon niet achterblijven. Bij elke stad hoort echter een parochie. De vastlegging van de grenzen van die parochie ging vaak ten koste van andere parochies zoals Edelare en Volkegem wat gepaard ging met heel wat ruzie.
De heren van Pamele betrokken een kasteel, nl. de borch van Oudenaarde (het Oud Kasteel), dat zich op de plaats van de huidige Kasteelstraat situeerde.
De parochie Pamele werd voor het eerst vermeld in een oprichtingsakte van Odo uit 1110 waarbij men stelt een kerk te willen oprichten.
In de 12de eeuw verkreeg Pamele een stadskeure. In 1166 werd het ongeschreven recht een geschreven recht.
In 1225 verhief gravin Johanna het domein Pamele van de heer van Pamele, ridder Arnulf IV, tot baronie.
Een jaar later kreeg het stadje Pamele dezelfde rechten als deze die door Filips van den Elzas in 1190 aan de stad Oudenaarde werden geschonken.
In 1384 verenigde de graaf van Vlaanderen de baljuwschappen van Oudenaarde en Pamele en kwam de rechtspraak onder het gezag van Oudenaarde.
In 1593 verloor Pamele tenslotte zijn stedelijk statuut en zelfstandig bestuur en werd het bij Oudenaarde gevoegd.
De Pamelewijk bleef sociaal vrij bescheiden tegenover Oudenaarde. Grote burgerhuizen waren een zeldzaamheid en kleine werkmanswoningen de regel. Dikwijls begonnen volksopstootjes, rellen en protesten in de Pamelewijk. Zo ging de impuls van de godsdienstberoerten in de 16de eeuw van hier uit. Was dit een manier om zich tegen het grote Oudenaarde af te zetten?
|
|
| |
Een marktplein heeft Pamele nooit gehad. Zelfs de huidige Louise-Mariekaai was vroeger meer bebouwd. Grote stukken van Pamele bleven gering bebouwd zoals b.v. de Ham. Op de Ham stond het Sint-Jorishof van de St-Jorisgilde, dat eerst uit een arduinen versterkte toren bestond, de Sint-Joristoren. Deze schuttersgilde had in de loop der eeuwen beroemde leden, zoals o.m. Jan zonder Vrees en Keizer Karel. De gildebroeders stonden in voor de verdediging van de Doornikse poort en de Gentse poort, alsook van de Belle Fidèle. De houten korenwindmolen genaamd de “Hammolen” werd in 1384 opgericht door de heer van Schorisse en aan het O-L-Vrouwehospitaal geschonken. De molen werd afgebroken in 1855.
Wat typisch was voor Pamele, is dat er niet zozeer handelsgebouwen werden opgetrokken, maar eerder religieuze gebouwen zoals de cisterciënzerinnenabdij Maagdendale, het zwartzusterklooster, het Sint-Julianusgesticht, het klooster van Sion en uiteraard de Pamelekerk.
De ruggengraat van Pamele werd gevormd door de Bergstraat en de Baarstraat waarrond zich de bewoning ontwikkelde. |
|
| |
De Baarstraat heeft zijn naam ontleend aan de Baarpoort (of Doornikse poort) aan de grens met Leupegem en bestond reeds vóór 1275. Aan de Baarpoort werd in 1703 een grote brug gemaakt. De Baarpoort werd vernield in 1747 en in 1786 weer opgebouwd. In 1789 kwam er een nieuwe houten brug aan de Baarpoort.
De stadsgevangenis werd in 1809 van de Markt naar de Baarpoort overgebracht.
De Baarstraat vertoont een aaneengesloten bebouwing. Voorheen was het een bloeiende winkelstraat met veel cafés die leefden van de kazernebevolking uit de nabijgelegen kazerne Maagdendale. Diverse woningen dateren nog voornamelijk uit de 19de eeuw, sommigen zelfs van eind 18de eeuw.
De Bergstraat liep oorspronkelijk van de Schelde naar de Bergpoort (reeds vermeld in 1275). Vauban ontmantelde de Bergpoort in de 17de eeuw.
Toen de gronden van de voormalige versterkingsgordel in de jaren 1860 verkocht werden, werd de straat verlengd tot aan herberg “De Smokkelkom” in Edelare. Er is duidelijk een splitsing in de straat tussen het eerste deel tot aan de in 1884 gegraven vaart en het verdere deel over de vaart.
De straat was vroeger gekend door de talrijke cafés en industriële activiteiten (een weverij, de St-Arnoldusbrouwerij van Pètre-Devos, een haringrokerij, een melkerij). Oude woningen zijn ondermeer de woning aan het begin van de straat gedateerd 1644 en het voormalig café “’t Roosje” eveneens uit de 17de eeuw.
Opvallend in de straat is de voormalige rijkswachtkazerne uit 1908.
Op het einde van de straat staan enkele art nouveau-getinte rijhuizen uit 1910. |
|
| |
|
|