“Langs de aloude Schelde prijkt dit juweel van bouwkunde, dat den roem helpt uitmaken onzer antieke gebouwen en zich heerlijk reeds eeuwen weet te spiegelen in den vloed”.
De eerste kerk van Pamele, waarschijnlijk een doodeenvoudige kapel, werd in de 13de eeuw vervangen door de huidige kerk. De bouwfase duurde van 1235 tot 1300. Door deze relatief korte bouwperiode werd slechts één stijl, nl. de Scheldegotiek of Doornikse gotiek, gebruikt dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Walburgakerk.
Een ingemetselde steen in het oudste gedeelte van de kerk met bouwopschrift onthult het jaartal 1234 en de meester Arnulf/Arnold de Binche. Hierdoor wordt de koorpartij gedateerd. Kort daarna werd een toren en transept gebouwd met vermoedelijk eind 13de eeuw het schip.
Begin 16de eeuw werd het schip en transept overwelfd. Toen de beeldenstormende geuzen hier hoogtij vierden, kreeg de kerk het erg te verduren. Heel wat meubilair werd vernield zodat dit in de 17de eeuw diende vernieuwd te worden.
In 1778 was de kerk in dermate slechte staat dat een commissie van architecten besloot tot afbraak over te gaan omdat er instortingsgevaar was. Het is evenwel nooit zover gekomen.
Tijdens de Franse omwenteling liep de kerk opnieuw gevaar. Gedurende lange tijd werd deze gebruikt als kolenmagazijn. Willem Liedts, schepen van de stad, redde de kerk van de ondergang door deze op te kopen.
|