Op 21.2.1906 werd burgemeester Raepsaet bij de minister van Financiën ontboden. De minister bracht hem op de hoogte van een plan om de Schelde te Oudenaarde recht te trekken.
Dit nieuws bracht heel wat commotie in Oudenaarde teweeg.
Daarom vroeg de burgemeester een nieuw onderhoud aan bij de minister van Financiën, graaf De Smet–de Naeyer.
Op 17.04.1906 kreeg hij uiteindelijk een onderhoud, doch ... wat bleek ... dezelfde dag was de goedkeuring van de plannen reeds in het Staatsblad verschenen!
Deze werken zouden heel wat veranderingen meebrengen. Dit werd uitvoerig besproken in de komende gemeenteraden. De problematiek van het dempen der stadsgrachten, de bouw van een nieuwe spoorwegbrug, het onteigenen van heel wat eigendommen e.d., kwamen aan bod.
Gemeenteraad van 21.5.1906:
De wens werd geuit om de Burgschelde te behouden.
Gemeenteraad van 25.6.1906:
De Burgschelde:
Het conserveren ervan drong zich op.
Dempen zou de stad haar meest pittoreske deel ontnemen.
Het dempen zou de aanleg van nieuwe riolen noodzakelijk maken.
De straat die over de gedempte Burgschelde liep, zou geen toekomst hebben.
Volgens Bruggen en Wegen echter had de Burgschelde na de rechttrekking geen toekomst en zou ze verzanden.
Er werd zelfs het ontwerp geopperd om de Burgschelde te dempen tot aan de verbinding met de Grachtschelde. Het verbindingsriool zou derhalve moeten vergroot worden.
De Schelde aan de Smallendam:
Voorstel om enkel het stuk tussen de spoorwegbrug en de Burgschelde te dempen.
De sloot naast het hospitaal diende behouden te blijven, anders vielen de wasvrouwen/bleeksters zonder water.
Onteigeningen (vernietiging van de Achterburg) en de aanleg van straten zou de stad enorm veel geld kosten.
Gemeenteraad van 6.8.1906:
Het dempen van de Burgschelde:
De commissie was van mening dat aan de administratie van Bruggen en Wegen het behoud van deze Schelde-arm moest gevraagd worden om diverse redenen:
+
Het was ontegensprekelijk dat deze Schelde-arm het oude Oudenaarde deed herinneren en een aanzienlijke lokale waarde had. Bijna alle kunstenaars die zichten van Oudenaarde kwamen bekijken, wilden deze op doek vereeuwigen. Zelfs “la Belgique Illustrée” toonde het in tome II, blz. 289. Dit voor wat betreft het esthetische aspect.
+
Alle riolen vanaf de markt werden amper 2 jaar geleden aangelegd met uitvloeisel in de Burgschelde. Het dempen zou aanzienlijke bijkomende rioleringswerken en kosten met zich meebrengen.
Enkele persartikels uit die tijd:
De Scheldegalm, zondag 18 maart 1906
STAD AUDENAARDE
VERBETERING DER SCHELDE
BERICHT
Het perceelen plan der onroerende Goederen te onteigenen voor de rechttrekking, de verbreeding en de verdieping der Schelde tusschen de sluis van Berchem en deze van Audenaarde, is nedergelegd ten Gemeentehuize.
De Scheldegalm, zondag 17 juni 1906
De gunstige gevolgen van de rechttrekking der Schelde.
Het was zondag voorlaatst de derde zoo niet de vierde stoomboot die dit jaar in plezierreis onze stad kwam bezoeken.
Dit maal zijn er met het yacht een vijftiental personen aangekomen. Menigen onder hen, die vroeger jaren zelfde reis hadden gedaan, spraken met ’t grootste genoegen over de verbeteringen aan de richting der Schelde toegebracht, en vooral tusschen Syngem en Audenaarde.
De doorsteken der Schelde hebben dus niet alleenlijk de plaag der overstroomingen van onze stad verwijderd, maar zij zullen ook benevens de voordeelen aan de scheepvaart in het algemeen, binst den zomertijd, in Audenaarde, thans zoo druk bezocht door vreemdelingen en alle Belgen, nog meerder verkeer bij brengen en zoo dus ook de winst van vele neringsdoener doen aangroeien.
Spijtig is het dat, voor het afstappen er geene betere aanlegplaats wordt voorbehouden. Dien zondag nog zagen wij onder de reizigers, dames en kinderen, die met vrees den modderigen oever moesten opklimmen.
Men verzekert dat in de ontworpene kaaimuren het opmaken van trappen voorzien is, maar ware het niet mogelijk, gezien ’t goede seizoen, onmiddellijk eenen voorloopigen houten trap te plaatsen?
Zoo sprak zondag laatst een ingenieur, ijverige liefhebber der stroomvaart. En wil de stad Audenaarde ons deze kleinen voldoening verschaffen, voegde hij erbij, wij beloven, binnen weinige weken, hier met eene gansche vloot yachten af te komen.
Zou men mogen verhopen dat er toch iets of wat zal gedaan worden?
De Scheldegalm, zondag 6 januari 1907
Sedert verscheidene maanden wordt bij velen onzer ingezetenen over eene belangrijke kwestie gesproken, namelijk het opvullen van den arm der Scheld, gezegd de Bourgschelde, ’t zij van de Brug aan den Werkmanskring tot den Tweemolen, tusschen de Vrijheid- en Krekelputstraten.
Volgens de plans opgemaakt door de Ingenieurs belast met de werken van een nieuwen doorsteek der Schelde, benoodigd voor dezes kanalisatie, zou de Schelde van aan Pamelekerk merkelijk verbreed worden; voorbij de woning van den heer P. Vande Vyvere, gansch den Smallendam, alsmede de arm der Bourgschelde verdwijnen en opgevuld worden; Een nieuwe ijzeren brug voor den staatsspoorweg zou ook verder over den nieuwen doorsteek gelegd worden.
Het opvullen der Bourgschelde, een onzer schilderachtige zichten der stad, bekommert niet alleen al onze stadgenooten die Audenaarde ter harte dragen, maar belangstelligt ook al de oudheidskundigen die in onze stad verbleven of ze eens bezocht hebben. (…)
De Scheldegalm, zondag 20 januari 1907
Protest tegen toesmijten Burgschelde door kunstenaars (licht en schaduw), de oudheidskundige kring & gemeenteraad.
De Scheldegalm, zondag 6 october 1907
Minister van Openbare Werken te Ronsse en te Audenaarde
(Mijnheer Delbeke, Minister van Openbare Werken)
(…) De onderhandeling ving zoo even aan over de verbinding van Ronsse met de Schelde bij middel eener vaart. De aanwezige bestuurders der stad, de vertegenwoordigers van den Ronsschen Koophandel, de Senateur en Volksvertegenwoordigers drongen ernstig aan tot het verwezenlijken van dit ontwerp.
’s Namiddags onderzocht M. de Minister de ontworpene verbeterings- en rechttrekkingswerken der Schelde, dwars door de stad, en de er van afhangende waterwerken. Hij nam ter plaats kennis van de opbouwing der 300 meters kaaimuren en der verbeteringen toe te brengen aan de twee oevers der rivier. Hij deelde volkomen het gedacht onzer bevolking dat de ‘Bourgschelde’ en de ‘Grachtschelde’, beide schilderachtige waterloopen zoo bewonderd door kunstenaars en de vreemdelingen dienen behouden te worden. Hij was het ook eens met ons stedelijk bestuur nopens de noodwendigheden van links op den oever der Schelde beneden de ‘Lange Brug’ en langs den Smallendam, schoonen trekwegen te vervaardigen van 12 tot 14 meters breedte, die hij middel van beplantingen, de bestemming en het uitzicht van dit deel onzer stad zouden oneindiglijk verbeteren en verfraaien.
De Scheldegalm, zondag 10 mei 1908
De Bourgschelde
Naar wij uit goede bron vernemen, komt het Bestuur van Bruggen en Wegen, de gemeenteraad onzer stad te laten weten dat de oude waterloop der Bourgschelde, bepaald behouden blijft.
Onze lezers zullen zich herinneren dat door de veranderingen te brengen aan den loop der Schelde in onze stad, volgens de plans de Bourgschelde zou opgevuld worden.
In vorige nummers van ons blad, hebben wij den algemeenen wensch zoo van ons gemeentebestuure, kunstminnaars, enz. uitgedrukt, dit schilderachtige hoekje van onze stad te zien behouden.
Voorzeker zullen onze ingezeten en kunstliefhebbers, die ons zoo lief en oud steede kennen, met groot genoegen dat besluit toejuichen.
De Scheldegalm, zondag 11 april 1909
Uitbreiding en verschooning onzer stad Audenaarde
Twee jaren geleden heeft de heer Paul Raepsaet, Senateur en Burgemeester onzer stad, nadat het gouvernement een ontwerp van rechttrekking der Schelde op den Smallendam alhier, aan ons gemeentebestuur had toegezonden, eene belangrijke en merkwaardige schets in kleuren uitgegeven der toekomstige uitbreiding en verfraaiing van dien kant der stad.
Na eene grondige studie komt onze geacht eerste magistraat een tweede blad of schets, ook in kleuren, uit te geven der toekomstige uitbreiding en verschooning van Audenaarde langs den kant van den Eyndries.
De Scheldegalm, zondag 17 april 1910
Groote openbare werken te Audenaarde
Wij lezen in het belangrijk dagblad ‘la Métropole’ van A’pen:
(…) maar de belangrijkste werken zullen aan de Schelde uitgevoerd worden. Rechtover het gerechtshof, stroomafwaarts, wordt onze stroom tenminste drie meters verbreed. De zijweg zal 14 meters breed zijn. Twee huizen en eene olieslagerij zullen met dat doel onteigend worden; meer dan 200 meters kaaimuren zullen gemaakt worden.
Stroomopwaarts, langs den linkeroever heeft de Staat een blok huizen aangekocht, op wier grond nieuwe kaaien gaan aangelegd worden. De Schelde wordt door de werken van den doorsteek rechtgetrokken.
Gelijk men weet werden reeds een tiental huizen afgebroken. Om het opbouwen eener groote spoorbrug over den stroom toe te laten, zal de lijn Leuze-Gent verplaatst worden.
Men rekent dat die werken binnen de drie jaar zullen uitgevoerd zijn.
De Scheldegalm, zondag 26 juni 1910
Bezoek van den heer Minister Helleputte, Minister van Spoorwegen, Posten en Telegraphen aan Audenaarde
Ivm ontwerp verlegging der spoorbaan tusschen de statien van Audenaarde en Leupegem, ten gevolge van den doorstek der Schelde, in de richting van Audenaarde. Minister stemt toe voor dit ontwerp. Dit ontwerp zal o.a. onze stad merkelijk langs den kant der Meerschpoort verschoonen, maar ook een prachtig zicht geven van de groote brug op de hoogten van Wortegem en Ansegem, en aan onze stad dicht de Schelde uitgebreide nijverheidsgronden verschaffen.
De Scheldegalm, zondag 26 januari 1913
Kanalisering der Schelde
Perceelen-plan neergelegd op het stadhuis.
Schipdoorvaart binnen onze stad.
Ofschoon de handel en nijverheid van de jaren 1860, in gansch ons land stilaan toenamen, alsook het vervoer per ijzeren wegen en water vermeerderde, verminderde integendeel alsdan de schipdoorvaart op de Scheldestroom van jaar tot jaar.
Volgens de statistieken der koophandelskamer van het arrondissement Audenaarde, was de doorvaart alhier in 1861 van 5160, in 1865: 4556, in 1870: 2533, in 1873: 1767.
De reden dezer merkelijke verminderingen was de rechtrekking en kanaliseering van den Dender en Lei, die de doorvaart op de Schelde om zoo te zeggen te niet deden gaan.
Door het aandringen en menigvuldige voetsappen door onze handelskamer bij het Gouvernement werd eindelijk over ongeveer 30 a 35 jaren ook de hand geslagen tot de rechttrekking op gansch de Nederschelde en aan de kunstmatige werken om de wateren op te houden door sassen, enz.
De scheepvaart op onzen schoonen Schelde-stroom begon te herleven en nam van jaar tot jaar merkelijk toe.
Naar wij uit goede bron vernemen, heeft de doorvaart der schepen en booten van het verloopen jaar 1912 het aanzienlijk cijfer van 11 134 bereikt.
Voorwaar eene groote vooruitgang.
Ongetwijfeld zal bij de volledige voltrekking der uit te voeren van onze stad op gansch de Bovenschelde, van jaar tot jaar dit cijfer nog doen aangroeien.
De Scheldegalm, zondag 12 juli 1913
Eene nieuwe verfraaiing in onze stad
Sedert eenige weken is men begonnen aan de werkingen voor het opbouwen van het sluismeestershuis, bureelen en hangaar op de gronden van de voormalige olieslagerij van den heer Vanderstichelen.
Wanneer deze werken zullen voltooid wezen zullen zij aan den overkant der kaai Louise-Marie een allerprachtigst uitzicht geven en dus medewerken tot de verfraaiing, niet alleen van onsen thans zoozeer benuttigden Scheldestroom, maar ook aan onze stad.