Het corps vertrok in 4 detachementen vanuit St-Nazaire, met een sterkte van 604, 403, 361, 190 man (waaronder 63 officieren). De respectievelijke vertrekdata waren: 16/10, 19/11 en 16/12 /1864 en op 16/01/1865. De overtocht duurde ongeveer 1 maand. De ontscheping gebeurde in Vera Cruz. Baron Alfred Vander Smissen, majoor in het Belgische leger, voerde als luitenant-kolonel het bevel over het Belgische expeditiekorps.
Op 11 april 1865 werden in de slag bij Tacambaro de Belgen door de republikeinen aangevallen. Tenslotte gaven ze zich na een heldhaftige verdediging over. Kapitein-adjudant-majoor baron Chazal, zoon van de toenmalige minister van oorlog sneuvelde en majoor Tydgadt, bevelhebber van het voltigeursbataljon werd dodelijk gewond.
Na de Amerikaanse burgeroorlog (beëindigd in juni 1865) begonnen de Verenigde Staten de republikeinen van wapens te voorzien. Naar aanleiding van het groeiende Mexicaanse verzet en de Amerikaanse druk trok Napoleon III in dat jaar zijn troepen uit Mexico terug. In 1866 was het duidelijk dat Maximiliaan het niet lang meer zou volhouden. Keizerin Charlotte reisde af naar Europa om in Parijs, Wenen en bij de paus in Rome steun te zoeken voor het bewind van haar echtgenoot. Dit lukte haar niet en ze werd krankzinnig. Ze zou nooit meer naar Mexico terugkeren.
In 1867 werd Maximiliaan definitief verslagen en ondanks Europees protest gefusilleerd.
Vijfendertig officieren en 754 manschappen kwamen terug. De rest was gesneuveld of door ziekte gestorven, anderen bleven in Mexico.
Enkel in Oudenaarde en het kamp van Bevekom werd een standbeeld ter nagedachtenis van het Belgisch legioen opgericht. |