|
|
| |
Het
huidige complex bestaat uit een vermoedelijk vroeg-14de
eeuwse lakenhal en 16de eeuws stadhuis met een deels
behouden oud-schepenhuis.
De lakenhal is opgetrokken uit baksteen met een parement van Doornikse steen. Beneden was er aanvankelijk een bergplaats voor wapens en brandweermateriaal.
De vroegere lakenhal situeert zich op de bovenverdieping onder een open dakstoel met indrukwekkende schaargebinten en vier zware moerbalken vermoedelijk uit de 16de eeuw.
Op de plaats van het huidige stadhuis stond vroeger dwars op de lakenhal het oude schepenhuis en vormde hiermee vermoedelijk één geheel.
Aangezien het schepenhuis bouwvallig was geworden en de stad meer rijkdom kende door o.m. een bloeiende tapijtnijverheid, besloten de rijke poorters en magistraten een stadhuis te bouwen dat de roem van de stad, maar eveneens van het land, moest worden.
In 1525 werd een project van de Brabantse bouwmeester Hendrik van Pede en steenhouwer-aannemer Willem de Ronde goedgekeurd.
Op vastenavond van datzelfde jaar werd begonnen met de afbraak van het schepenhuis. De carnavalszotte bevolking ging hierbij driest te keer. Enkel een gedeelte aan de Nederstraat bleef overeind. |
|
 |
|
In 1526 werd de eerste steen gelegd. In 1531 was de ruwbouw af. Daarna werd het verder afgewerkt tot 1537 door Oudenaardse meesters zoals Pauwel vander Schelden, Gillis Spierinc, Adriaan van Hoorick met fijn beeldhouwwerk gekapt uit Avesnessteen. Het resultaat is een volmaakt voorbeeld van de klassieke stroming in Brabantse laatgotiek. Het valt op door zijn symmetrische en evenwichtige compositie, hiërarchische opbouw en monumentaal voorkomen.
Centraal in het gebouw staat het belfort met één vierkante en twee achthoekige geledingen dat uitstijgt boven het dak. Hier was tot 1894 de Oudenaardse beiaard in ondergebracht die sinds 1759 uit 34 klokken bestond. De beiaard werd toen overgebracht naar de Sint-Walburgatoren. De uurwijzerplaat is van de hand van Pauwel vander Schelden in samenwerking met schilder Nauwinc. Op de toren staat “Hanske de Krijger”, een verguld bronzen beeld dat in 1530 vervaardigd werd door goudsmid W. Blanstrein en dat een Spaanse vaandeldragende krijger voorstelt. Meer over Hanske de Krijger ...
Binnenin het stadhuis vinden we op de benedenverdieping het vroegere korenhuis en de cale of waag.
Op de eerste verdieping vinden we de volkszaal die het voorste deel van de eerste verdieping in beslag neemt. Deze met neogotische muurschilderingen versierde zaal geeft uit op een overwelfd balkon. Hier vonden grootse ontvangsten, feesten, maaltijden en vermakelijkheden plaats.
Op deze verdieping vinden we eveneens de zaal waar het schepenbestuur zetelde, nl. de schepenzaal. |
|
Toegang
tot de schepenzaal via een monumentaal tochtportaal,
dat door de plaatselijke beeldhouwer Pauwel vander Schelden
gemaakt werd in 1533-1536. In de schepenzaal hangen diverse
schilderijen, waaronder 'Panorama van Oudenaarde' van
I.D. Maire.
Kenmerkend voor deze zalen zijn de monumentale en rijk
uitgewerkte gotische schouwmantels.
Op de bovenste verdieping bevinden zich tenslotte de museumzaal en de oppervoogdenkamer. In deze laatste kamer staat een archiefgalerij in rococostijl van 1772, met eikenhouten kasten.
Een kopij van het stadhuis vormde in 1900 de Belgische inzending van de wereldtentoonstelling in Parijs.
Op 1 december 1999 werd het Oudenaards belfort, samen met 23 andere Vlaamse en 6 Waalse belforten door de Unesco erkend als werelderfgoed. |
|
| |
|
|