De Wijngaardstraat liep vroeger van de Beverepoort naar de oostelijke stadsomwalling. Hier werd in 1295 het klooster van de zwartzusters bij de Beverepoort gesticht. In 1670 werd bij uitbreiding van de vestingen door Vauban het klooster overgebracht naar de Einestraat waar de zusters de lokalen van St-Michielsgilde en het St-Janshospitaal met aanpalende kapel kregen. Ook de kapucijnen hadden een klooster met kerk. De kerk was na de afschaffing in 1796 tot eind 19de eeuw het lokaal van de St-Hermesgilde.

Op deze plaats werd in 1904 het Jongenspatronaat "Achter de Wacht" opgetrokken, een schoolgebouw in neo-traditionele baksteenarchitectuur. Schenker was de familie Verheyden uit Oudenaarde zelf. Kenmerkend is het torentje van 18 meter hoog op vierkante basis met achthoekige geleding. Momenteel huist hier het “klein college”.

Aan het begin van de Wijngaardstraat (kant Tacambaro) lag rond de eeuwwisseling een volkse wijk, ook gekend als de huizekens waar niemand sterft (de bewoners vertrokken immers op tijd – vóór ze stierven - naar een liefdadigheidsinstelling).

Het mooiste gebouw van Achter de Wacht is ongetwijfeld het hoekhuis-herenhuis rechtover de Kattestraat, opgetrokken in eclectische stijl door architect A. Vossaert voor de heer De Vos in 1895.

Als tegenhanger van het vermelde jongenspatronaat werd eind 19de eeuw het “patronagie der meisjes” gebouwd (een pastorij en school).

De naam Woeker is afkomstig van het Lombaerdenhuis, dat Woeker genoemd werd.
De huizenrij tussen de Einestraat en de Kattestraat  was vroeger bekend als de Woeker en reeds in de 17de eeuw zijn er vermeldingen van bewoning (cf. Lombaerdenhuis in 1636).
In 1840 werd begonnen met de bouw van een stedelijke muziekschool. Het had een fraaie classicistische gevel waarachter één grote zaal lag. Het had oorspronkelijk een pui met dubbele trap. Het diende de plaats te ruimen voor een appartementsgebouw, net zoals een paar waardevolle renaissancehuizen in de Einestraat op de hoek met de Woeker (nog gehuurd vanaf 1844 door het O-L-Vrouwecollege tot de aankoop van het kasselrijhuis in de Hoogstraat). In één van de huizen woonde “koeier” Oscar Dhondt tot aan de afbraak.
De oostzijde van de straat was tot na 1850 ingenomen door de stadsvesten.

De huidige muziekschool was vroeger een gemeenteschool voor jongens en meisjes, nu "stedelijke academie voor muziek en woord". Gebouw uit 2de helft van de 19de eeuw gelegen op de hoek met de vroegere Burgschelde, gedempt in 1957. De plannen werden in 1875 getekend door stadsarchitect Ch. Vanderstraeten. Het duurde nog tot 1882-1883 tot de effectieve bouw.

  Het jongenspatronaat Achter de Wacht.