Tijdens WOI werd in Oudenaarde een Kommandantur ingericht. Huiszoekingen door de geheime politie, gevangenneming van burgers, verplichte maandelijkse aanmeldingen van “weerplichtige mannen” bij het “Meldeambt” waren eigen aan de periode van bezetting 1914-18.

In september 1918 ontketenden de "verbondenen" een algemeen offensief tegen de Duitsers (Pruisen).
Een verzameling van Amerikaanse, Franse en Belgische eenheden rukten in onze contreien op en waren reeds op 31 oktober dicht bij Oudenaarde genaderd. De sluizen werden door de verbondenen beschoten. Deze beschietingen kosten het leven aan enkele inwoners van Pamele.
Vanaf dat moment suisden de obussen van de bevrijders en de bezetters over Oudenaarde.

In de nacht van 31 oktober op 1 november 1918 werden de meeste bruggen en spoorwegbruggen opgeblazen. De Duitsers verlieten hierna de stad.

Op 1 november om 12 uur ’s middags tekende een Frans officier het Gulden Boek op het stadhuis. De bevolking was uitzinnig van vreugde. Deze vreugde zou echter van korte duur zijn want eenmaal de stad ontvlucht, ontketenden de Duitsers een bombardement op de stad.
Op 2 november raakten twee voltreffers het stadhuis (aan weerszijden van de toren). Een regen van obussen kwam op de Walburgakerk terecht. Het gerechtshof werd in brand geschoten en totaal vernield. Door het opblazen van de bruggen zaten de bewoners van Pamele afgezonderd op een eiland. Velen waren echter reeds de stad ontvlucht en zochten beschutting in het Kezelfort te Edelare. In de nacht van 3 op 4 november werd de ganse westkant van de Kasteelstraat in brand geschoten. Vanaf dan ontvluchten de inwoners massaal de stad richting Bevere. De beschietingen door de Duitsers vanop de hoogten van Volkegem en Mater gingen onverminderd verder.

Pas door de wapenstilstand van 11 november 1918 kwam een einde aan de beschietingen.

Oudenaarde had juist op het einde van deze oorlog een zware tol betaald. De stad kwam enorm gehavend uit de strijd. Oudenaarde was de laatste stad waarop het terugtrekkend Duitse leger zijn woede botvierde.

Het vorige gerechtsgebouw werd bestookt met brandbommen en brandde volledig af.
Zware beschadigingen aan de Krekelput

Koning Albert I bracht op 17 november 1918 onverwachts een kort bezoek aan onze getroffen stad. Hij bezocht het klooster van de bernardinnen in de Hoogstraat. Vervolgens bezocht hij het hospitaal, de Walburgakerk en het stadhuis. Hij beloofde terug te komen wat enkele weken later effectief gebeurde.  Hij bezocht de meest getroffen stadswijken en het werkmansbeluik de Koekop in de Kasteelstraat.